AOW-leeftijd

Je hebt er vast wel iets over gehoord. Tot 1 januari 2013 ging de AOW altijd in vanaf de 65ste verjaardag, maar besloten is om de AOW-leeftijd te verhogen. Hoe zit het nou precies?

Vanaf 2013 tot 2015 wordt de AOW-leeftijd ieder jaar met één maand verhoogd. Vanaf 2016 wordt de leeftijd met twee maanden per jaar verhoogd en vanaf 2019 met drie maanden per jaar. Op die manier ligt in 2019 de AOW-leeftijd op 66 jaar en in 2023 op 67 jaar. Het ziet er als volgt uit:

  • De AOW-leeftijd in 2013 is 65 jaar en 1 maand, in 2014 65 jaar en 2 maanden, in  2015 65 jaar en 3 maanden.
  • In 2016 komen daar twee maanden en bedraagt de AOW-leeftijd 65 jaar en 5 maanden, vervolgens in 2017 65 jaar en 7 maanden en nog een jaar later 65 jaar en 9 maanden.
  • In 2019 is de AOW-leeftijd dan bepaald op 66 jaar, in 2020 66 jaar en 3 maanden, in 2021 66 jaar en 6 maanden, in 2022 66 jaar en 9 maanden totdat in 2023 de 67 jaar is bereikt.
  • Vanaf 2024 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Het kabinet heeft in november 2014 een wetsvoorstel ingediend om de AOW-leeftijd van 2016 sneller te verhogen: naar 66 jaar in 2018 en naar 67 jaar in 2021. Na 2021 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Als je wilt weten wanneer en hoeveel AOW je zelf krijgt, neem dan een kijkje op de website van de Sociale Verzekeringsbank.