Pensioenverzekering

Een pensioenverzekering biedt de mogelijkheid om voor je pensioen te sparen, als aanvulling op je AOW. Meestal bouw je pensioen op via je werkgever. Je werkgever kan dit pensioen bij een pensioenfonds, premiepensioeninstelling of verzekeraar onderbrengen. In het laatste geval spreken we over een pensioenverzekering. Naast een werkgeverspensioen kun je ook een privépensioenverzekering afsluiten.

Privépensioenverzekering

Als jouw werkgever geen pensioenregeling heeft geregeld, of als deze regeling onvoldoende is, ben je vrij om zelf iets te regelen. Zonder een aanvullende pensioenregeling moet je het na je pensioen alleen met je AOW-uitkering doen. Dit is in de meeste gevallen niet voldoende.

Als je werkgever geen of weinig pensioen voor je opbouwt (of als je een pensioengat hebt), kun je zelf elk jaar belastingvrij geld opzij zetten. Je mag de pensioenpremie van je bruto-inkomen aftrekken en betaalt pas inkomstenbelasting over het gespaarde bedrag als je het uitgekeerd krijgt als pensioen. Je mag deze premie niet op een willekeurige spaarrekening zetten, maar moet die storten op een speciale, geblokkeerde rekening bij een bank of onderbrengen bij een verzekeraar.

Bank of verzekeraar?

Er is een belangrijk verschil tussen een pensioen bij een bank en bij een verzekeraar. Bij een verzekeraar krijg je zolang je leeft elke maand een bepaald bedrag. Dit is een lijfrente. Bij een bank leg je van tevoren de duur van de uitkering vast (meestal een periode van twintig jaar). Als je eerder dan die twintig jaar komt te overlijden, is het geld niet weg, maar gaat het restant naar je nabestaanden.

Sparen of beleggen?

Dan heb je nog een andere optie als je een privépensioenverzekering afsluit: ga je sparen voor je pensioen of laat je de premie beleggen? Beide kan, zowel bij een bank als bij een verzekeraar. Als je gaat beleggen, heb je kans op een hoger rendement en dus een hoger pensioen, maar beleggen brengt ook risico’s met zich mee. Wees je daar goed van bewust.