Variabel pensioen / verbeterde premieregeling

Sinds 2016 mogen consumenten hun opgebouwde pensioenkapitaal bij premie-pensioenregelingen blijven beleggen tijdens de uitkeringsfase van het pensioen (doorbeleggen); je koopt het dan dus niet in één keer aan. Dit variabele pensioen maakt jouw pensioen minder afhankelijk van de rentestand op één bepaald moment. Doorbeleggen leidt naar verwachting tot een hoger pensioenresultaat, maar het pensioen kán ook juist lager uitvallen. Je kan ook nog steeds kiezen voor een vaste uitkering (vast pensioen). Ook kunnen tegenvallers in de tijd over een periode van maximaal 10 jaar worden gespreid.

Kenmerken

Verzekeraars bieden verschillende pensioenregelingen aan. Werknemers nemen daar via hun werkgever aan deel. Ongeveer de helft van de pensioenregelingen die verzekeraars uitvoeren, is een beschikbare premieregeling. Bij zo’n regeling wordt jaarlijks een premie beschikbaar gesteld, die wordt besteed aan je pensioenopbouw. De werkgever betaalt deze premie aan je verzekeraar. Daarnaast worden vaak premies betaald voor een partner- en/of arbeidsongeschiktheidspensioen.

De premie voor de pensioenopbouw kan op een aantal manieren voor je pensioen worden ingezet. Een van die manieren is beleggen. De verzekeraar belegt dan dus je premie. De risico’s daarvan liggen bij jou als deelnemer. Op de datum waarop je met pensioen gaat, is er een pensioenkapitaal beschikbaar. Met dit kapitaal koop je je pensioenuitkering aan. Voordeel: bij een goed beursklimaat profiteer je van de beleggingsrendementen. Nadeel: bij een slecht beursklimaat kan je pensioen lager uitvallen dan je had gehoopt.

Lees meer over de andere varianten van beschikbare premieregelingen.

Voor wie en waarom?

Iedereen die in Nederland woont, heeft recht op AOW als oudedagsvoorziening. Naast de AOW bouwen de meeste mensen via hun werkgever pensioen op. Soms via verplichte deelname in een pensioenfonds. In andere gevallen heeft de werkgever voor zijn personeel een beschikbare premieregeling afgesloten bij een verzekeraar. Vraag ernaar bij je werkgever als je meer wilt weten. 

Let op!

  • Als je aan een pensioenregeling gaat deelnemen ontvang je een Pensioen 1-2-3. Hierin staan de belangrijkste kenmerken van jouw regeling.
  • Ieder jaar ontvang je een Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Daar staat wat je aan pensioen hebt opgebouwd.
  • Je werkgever stelt de jaarlijkse premie vast. De premie is meestal een percentage van de pensioengrondslag (het deel van je salaris waarover je pensioen opbouwt). Hoe hoog de premie is, hangt af van een aantal factoren. Bijvoorbeeld van de vraag welke financiële mogelijkheden je werkgever heeft.
  • Op de pensioendatum mag je ‘shoppen’ met jouw pensioenkapitaal. Dit betekent dat je dan ook bij een andere pensioenuitvoerder jouw pensioenuitkering zou kunnen aankopen.

Belangrijke begrippen bij een variabel of vast pensioen

Het is belangrijk dat je beseft dat doorbeleggen wezenlijk anders is dan het in één keer aankopen van je pensioen. Daarbij zijn onderstaande begrippen van belang: 

Vast pensioen

Als je met pensioen gaat, krijg je zo lang je leeft iedere maand pensioen uitgekeerd. Met een vast pensioen weet je van tevoren hoeveel je de rest van je leven krijgt.

Variabel pensioen

Als je met pensioen gaat, krijg je zo lang je leeft iedere maand pensioen uitgekeerd. Met een variabele pensioenuitkering, ook wel variabel pensioeninkomen genoemd, blijft je pensioenuitvoerder jouw pensioenkapitaal beleggen. De hoogte van jouw variabele pensioenuitkering kan elk jaar anders zijn. De resultaten van beleggingen, de rente en de gemiddelde levensverwachting bepalen samen of jouw pensioen stijgt of daalt. Dit wordt door jouw pensioenuitvoerder berekend.


Risicoprofiel

Het is belangrijk dat je niet meer risico loopt dan past bij jouw persoonlijke situatie en wensen. Jouw risicoprofiel geeft aan hoeveel risico jij kunt en wilt nemen. Je stelt jouw risicoprofiel vast door een aantal vragen te beantwoorden.


Beleggingsrisico

Bij beleggen horen risico’s. De resultaten van de beleggingen kunnen namelijk mee- of tegenvallen. We noemen dit het beleggingsrisico.

Vast pensioen

Bij een vaste pensioenuitkering loop je geen beleggingsrisico.

Variabel pensioen

Met een variabele pensioenuitkering loop je beleggingsrisico. De hoogte van zo’n variabele uitkering kan elk jaar anders zijn. Jouw pensioenuitvoerder berekent deze. Beleggingsresultaten hebben invloed op de hoogte van je pensioen(uitkering). Gaat het goed met jouw beleggingen? Dan heeft dat een positief effect op je pensioen. Gaat het slecht met jouw beleggingen? Dan heeft dat een negatief effect op je pensioen. Hoeveel risico jij loopt, hangt af van jouw beleggingsmix. Deze kunnen meer of minder risicovol zijn. Jouw risicoprofiel geeft aan hoeveel risico jij wilt en kunt nemen.


Renterisico

Op het moment dat je jouw pensioenuitkering aankoopt, heeft de rente invloed op de hoogte van je pensioen. Is de rente laag? Dan kun je minder pensioen aankopen dan bij een hoge rente. Is de rente hoog? Dan kun je meer pensioen aankopen dan bij een lage rente. We noemen dit het renterisico.

Vast pensioen

Bij een vaste pensioenuitkering koop je zodra je met pensioen gaat jouw pensioen in één keer aan. De hoogte van dit pensioen hangt af van de rente op dat moment. Stijgt de rente nadat je pensioen is ingegaan? Dan stijgt jouw pensioen niet mee. Omgekeerd geldt hetzelfde. Daalt de rente? Dan daalt jouw pensioen niet mee.

Variabel pensioen

De hoogte van jouw variabele pensioenuitkering kan elk jaar anders zijn. Deze wordt door je pensioenuitvoerder berekend. De rente heeft invloed op de hoogte van jouw pensioen. Is de rente gestegen? Dan heeft dat een positief effect op je pensioen. Is de rente gedaald? Dan heeft dat een negatief effect op jouw pensioen.


Langleven risico

We leven gemiddeld steeds langer. Dat betekent dat mensen steeds langer pensioen ontvangen. Dat heeft invloed op de hoogte van je pensioen, op het moment dat jij jouw pensioenuitkering aankoopt. Hoe hoger de gemiddelde levensverwachting in Nederland, hoe minder pensioen je kunt aankopen. De pensioenuitkering moet immers over een langere periode worden uitgekeerd. We noemen dit het lang-leven risico.

Vast pensioen

Bij een vaste pensioenuitkering loop je geen lang-leven risico. Je koopt jouw pensioen immers in één keer aan. De hoogte van dit pensioen op het moment van aankoop is afhankelijk van de gemiddelde levensverwachting op dat moment. Stijgt of daalt de gemiddelde levensverwachting nadat jouw pensioen is ingegaan? Dan heeft dat geen effect op de hoogte van je pensioen.

Variabel pensioen

De hoogte van jouw variabele pensioenuitkering kan elk jaar anders zijn. Je pensioenuitvoerder berekent deze. De levensverwachting is van invloed op de hoogte van je pensioen. Is de gemiddelde levensverwachting meer gestegen dan verwacht? Dan heeft dat een negatief effect op jouw pensioen. Is de gemiddelde levensverwachting meer gedaald dan verwacht? Dan heeft dat een positief effect op jouw pensioen.


Koopkracht

Koopkracht geeft aan hoeveel je met jouw inkomen kunt kopen. Elk jaar stijgen de prijzen. Je kunt voor hetzelfde bedrag over vijf jaar minder kopen dan nu. Je koopkracht daalt dan. Wil je over vijf jaar evenveel van jouw pensioen kunnen kopen als nu? Dan heb je over vijf jaar dus een hoger pensioen nodig.

Vast pensioen

Met een vaste pensioenuitkering weet u van tevoren hoeveel u de rest van uw leven krijgt. Bij een gelijkblijvend pensioen kunt dus naar verwachting elk jaar minder kopen. Oftewel, uw koopkracht daalt.

Variabel pensioen

Met een variabel pensioen is jouw pensioen ieder jaar anders: je pensioen kan stijgen of dalen. Stijgt jouw pensioen harder dan de prijzen? Dan stijgt jouw koopkracht en kun je dus meer kopen van jouw pensioen. Stijgt je pensioen minder hard dan de prijzen? Of daalt je pensioen? Dan daalt jouw koopkracht en kun je dus minder kopen van jouw pensioen.


Vaste daling

Een pensioenuitvoerder mag rekening houden met een vaste daling van het pensioen, in de verwachting dat deze daling door beleggingsresultaten wordt gecompenseerd.

Vast pensioen

Een vast pensioen kent geen vaste daling.

Variabel pensioen

Het variabele pensioen kan een vaste daling hebben. Dat betekent dat uw pensioen elk jaar daalt als er geen of niet voldoende beleggingsresultaat is behaald. Is het beleggingsresultaat zo goed als we verwachten? Dan blijft uw pensioen ongeveer gelijk. Is het beleggingsresultaat beter? Dan stijgt jouw pensioen. Is het resultaat juist slechter? Dan daalt je pensioen.


Bonus bij leven

Je ontvangt jouw pensioen zolang je leeft. Op het moment dat jij overlijdt, vervalt het voor jou belegde pensioenkapitaal. Als compensatie hiervoor ontvang je een vergoeding zolang je leeft. Deze vergoeding noemen we ‘bonus bij leven’.

Vast pensioen

Bij een vaste pensioenuitkering is de ‘bonus bij leven’ vooraf verwerkt in de hoogte van de uitkering.

Variabel pensioen

Bij een variabele pensioenuitkering wordt de ‘bonus bij leven’ periodiek bijgeschreven op de waarde van je beleggingen. De hoogte van de bonus bij leven hangt af van je leeftijd, de hoogte van jouw pensioenkapitaal en de gemiddelde levensverwachting.


Spreiding

Beleggingsresultaten kunnen mee- en tegenvallen. Spreiding betekent dat financiële mee- en tegenvallers over meerdere jaren worden gespreid.

Vast pensioen

Bij een vaste pensioenuitkering is de hoogte van die uitkering bekend op het moment dat jij met pensioen gaat. Spreiding is niet van toepassing.

Variabel pensioen

Bij een variabele pensioenuitkering kan spreiding worden toegepast nadat het pensioen is ingegaan. Dat betekent dat financiële mee- en tegenvallers over meerdere jaren worden gespreid. Met spreiding is er een kleinere kans op grote veranderingen van jaar tot jaar in de hoogte van jouw pensioenuitkeringen.